
Om te voorkomen dat twee jaar loondoorbetaling bij nieuwe uitval verplicht is, worden werknemers voor 1 procent arbeidsongeschikt gehouden. Misbruik zegt FNV.
Afgelopen november trok de FNV aan de bel over een administratieve werkgeverstruc bij werknemers met hoog ziekteverzuim. Een werknemer die na ziekte weer volledig zijn eigen functie doet, is juridisch voor 100 procent arbeidsgeschikt.Als hij dat werk tenminste vier weken volhoudt, begint bij een nieuwe uitval een nieuwe ziekteperiode van twee jaar loondoorbetaling te lopen. Om dat te voorkomen houden werkgevers volgens het FNV hun werknemers in het verzuimsysteem voor 1 procent arbeidsongeschikt.
Op papier is er dan geen onderbreking van tenminste vier weken en loopt de ziekteperiode gewoon door. Een nieuwe ziekmelding valt dan binnen de lopende ziekteperiode. Niet verrassend dat de FNV dus sprak over misbruik.
Die 1 procent praktijk kwam onlangs aan bod in een uitspraak van de kantonrechter Lelystad. Uit die uitspraak blijkt dat het echter niet altijd gaat om een truc om de regels te omzeilen. De werknemer was in dat geval in dienst als orderpicker. Vanwege knieklachten meldde hij zich op 2 september 2009 ziek. Na ruim een jaar schreef de bedrijfsarts dat afwijkingen waren vastgesteld waardoor hij twijfelde over de mogelijkheid om terug te keren in het eigen werk. De twijfel was met name of de werknemer dat werk langdurig zou kunnen volhouden. Het blijven uitoefenen van de eigen functie zou op den duur gezondheidrisico's meebrengen zodat de reïntegratie zich moest richten op spoor twee. De werknemer was het daarmee niet eens en in een deskundigenoordeel vond het UWV in februari 2011 dat de werknemer zijn eigen werk kon doen.
In april 2011 gaf de bedrijfsarts akkoord op volledige hervatting in het eigen werk met nog steeds twijfel aan de duurzaamheid. Hij stelde daarom voor de werknemer voorlopig voor 1 of enkele procenten arbeidsongeschikt te laten. Als na drie maanden zou blijken dat er geen medische problemen bestonden zou een herstelmelding reëel zijn. De werknemer was het ook daar niet mee eens. Omdat hij van het UWV al bericht had gekregen dat hij mee moest werken aan een WIA-aanvraag, eiste de werknemer bij de rechter dat hij vanaf februari 2011 arbeidsgeschikt zou worden gemeld. Volgens hem werkte hij al maanden fulltime en klachtenvrij, lag zijn productie ruim boven de norm en was hem zelfs gevraagd om overwerk te verrichten.
Volgens de werkgever was niet duidelijk of de werknemer duurzaam in staat was te werken zodat hij nog niet hersteld was. Bovendien was het volgens de werkgever niet zo dat bij een verschil van mening tussen UWV en bedrijfsarts, het UWV-oordeel standaard moet worden gevolgd. De kantonrechter gaf de werkgever op dit laatste punt gelijk, maar tekende daarbij meteen aan dat het UWV hier een deugdelijk onderzoek had gedaan en een onderbouwde conclusie had getrokken, waarbij zowel de werknemer als de behandeld artsen waren betrokken. In zo'n situatie moet de kantonrechter belangrijke waarde hechten aan het oordeel van het UWV dat de werknemer in februari 2011 geschikt was voor zijn eigen werk.
Als de werkgever de werknemer voor 1 procent arbeidsongeschikt wil houden dan moet hij daarvoor gebruik maken van recente medische gegevens en moet hij daarbij onderbouwen voor welke 1% van de werkzaamheden de werknemer niet arbeidsgeschikt is. Omdat de werkgever dat hier niet kon aantonen was de 1 procent melding ten onrechte. De werknemer werd volledig in het gelijk gesteld.
De werkgever kreeg hier de deksel op de neus hoewel hij het oordeel van de bedrijfsarts opvolgde en die op goede gronden twijfel had over de duurzaamheid van het herstel. Dat mag echter niet worden opgelost met een 1% ziekmelding: de werknemer moet volledig hersteld worden gemeld. Als hij er in slaagt om langer dan vier weken zijn eigen werk te doen, dan is een nieuwe ziekmelding gewoon voor rekening en risico van de werkgever. De creatieve oplossing van de bedrijfsarts is in strijd met het Nederlandse systeem waarbij de verantwoordelijkheid voor loondoorbetaling bij ziekte nu eenmaal bij de werkgever is gelegd. Daar kun je blij mee zijn of niet, het is wel een gegeven.
Uitspraak: Ktr. Lelystad 22 juli 2011, LJN BR4713