download

WAO (Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering)

De WAO is in 1967 ontstaan als samenvoeging van de Ongevallenwet en de Invaliditeitswet.
De oorzaak van de arbeidsongeschiktheid is niet meer belangrijk. Centraal stond of er loonverlies was waardoor mensen door de arbeidsongeschiktheid minder konden verdienen als vroeger.

Dus ongeacht of arbeidsongeschiktheid voortkwam uit privé (risque social) of door het werk (risque professionel), er was altijd recht op WAO.

 

De WAO voorziet in uitkeringen aan werknemers die - na de periode van de loondoorbetalingsverplichting meer dan 15% arbeidsongeschikt zijn. Met de komst van de WIA is er geen toegang meer tot de WAO maar bestaande rechten worden gerespecteerd.

 

Een arbeidsongeschikte krijgt eerst een WAO –loondervingsuitkering.

De duur van de loondervingsuitkering is afhankelijk van de leeftijd van de arbeidsongeschikte op de datum van de WAO instroom.


Leeftijd op datum WAO uitkering Duur loondervingsuitkering
< 33 jaar 0 jaar
33 t/m 37 jaar 0,5 jaar
38 t/m 42 jaar 1 jaar
43 t/m 47 jaar 1,5 jaar
48 t/m 52 jaar 2 jaar
53 t/m 57 jaar 3 jaar
Ouder dan 58 jaar 6 jaar

Deze bedraagt bij volledige arbeidsongeschiktheid 75% van het laatst verdiende loon tot maximaal de WAO-grens van € 49.297,68 bruto per jaar (2011). De duur van de WAO-loondervingsuitkering is afhankelijk van de leeftijd van de arbeidsongeschikte op de datum van de WAO-instroom en wordt toegekend vanaf 33 jaar.
Na de loondervingsuitkering ontvangt de arbeidsongeschikte tot zijn 65e jaar een vervolguitkering.

 

In 1993 zijn de keuringsregels voor de WAO veranderd. Voor 1993 gold uit als uitgangspunt passende arbeid. Sinds 1993 geldt als uitgangspunt gangbare arbeid.

 

Regels vier weken wachttijd voor bestaande WAO'ers

 

  • Indien mensen na een arbeidsongeschiktheidsuitkering weer volledig arbeidsgeschikt zijn (<15% arbeidsongeschiktheid) houden ze wel vijf jaar na einde WAO-uitkering de status arbeidsgehandicapt. Indien er binnen vijf jaar na einde WAO-uitkering opnieuw uitval plaatsvindt met dezelfde oorzaak, dan geldt vier weken wachttijd voor de WAO (in plaats van een loondoorbetaling van 104 weken) en zal opnieuw een WAO beoordeling plaatsvinden. Is er geen recht op WAO, dan loopt voor de werkgever wel de loondoorbetaling door conform 104 weken en zal na 104 weken een WIA-beoordeling plaatsvinden.
  • Ontvangt iemand momenteel nog een WAO-uitkering, dan geldt altijd vier weken wachttijd voor de WAO als de arbeidsongeschiktheid toeneemt binnen vijf jaar na de laatste beoordeling, als gevolg van dezelfde ziekteoorzaak.
  • Is iemand momenteel meer dan 45% arbeidsongeschikt dan is zelfs de oorzaak van de toegenomen arbeidsongeschiktheid niet van belang. Dus dan geldt ook vier weken wachttijd bij een volstrekt andere oorzaak.

 

Verschillen tussen WAO en WIA zijn o.a.:

 

  • Het recht op WAO bestond al bij loonverlies van 15%. De ondergrens voor de WIA ligt bij 35% arbeidsongeschiktheid.
  • In de regeling WGA is na de WGA loongerelateerde uitkering de hoogte van de uitkering afhankelijk of er voldoende wordt gewerkt. De WAO kende voor de vaststelling van de hoogte van de uitkering geen inkomenstoets.
  • De WAO-keuring was na 52 weken ziekte. De WIA-keuring is na 104 weken ziekte. Nieuw is dat bij de regeling WGA het werkloosheidselement is geïntegreerd. Gedurende de WGA loongerelateerde uitkering is er altijd nog zekerheid, ook als men niet werkt. De WAO betrof alleen een uitkering over het arbeidsongeschiktheidsgedeelte. Voor de werkloosheid moest een aparte Werkeloosheidswet uitkering aangevraagd worden.
  • Met de WIA is gezocht naar een structuur waarbij werken altijd lonend is. Dit was bij de WAO niet altijd het geval. Het kon zelfs voorkomen dat iemand er financieel op achteruit ging indien hij naast zijn WAO-uitkering er bij ging werken.