
Een grote groep mensen kan door een handicap, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid niet deelnemen aan het arbeidsproces.
De overheid heeft diverse faciliteiten in het leven geroepen om werkgevers te stimuleren deze mensen in dienst te nemen of te houden.
Wij hebben hieruit een beknopte selectie gemaakt om een indruk te geven, van de mogelijkheden voor de werkgever.
AHC Human Capital heeft de kennis in huis om maatwerk te leveren en begeleidt ook dit traject graag voor u.
Hier moet u o.a. denken aan premiekorting UWV voor:
Indien u een arbeidsgehandicapte of een werknemer met een structureel functionele beperking (SFB) in dienst neemt, dan heeft de u recht op een premiekorting van 3 jaar.
Voor het in dienst houden van een arbeidsgehandicapte of een WGA-er (al dan niet in eigen functie), geldt een premiekorting van 1 jaar.
Voorbeeld
Voor het fulltime in dienst nemen van een Wajonger met een arbeidsgehandicapte status krijgt de werkgever een vastgestelde premiekorting van:
€ 1.360 + € 2.042 = € 3.402 * 3 jaar = €10.206
Bij het in dienst nemen of houden van een werknemer met een arbeidsbeperking krijgt de werkgever recht op de zogenaamde no-riskpolis:
De Ziektewet vangnetregeling geldt zowel als een werkgever de betrokkene zelf in dienst houdt als bij een nieuw dienstverband. Voor werknemers die < 35% arbeidsongeschikt zijn, geldt de regeling alleen voor een nieuwe werkgever.
Werknemers met een Wajong uitkering hebben een onbeperkte No Riskregeling. Het ziekterisico is daarmee voor het gehele dienstverband afgedekt.
Is de premiekorting welke de werkgever ontvangt niet toereikend voor het aanbrengen van voorzieningen op de werkplek, dan kan hij een subsidie aanvragen.
De aanvraag voor subsidie dient onderbouwd te worden met een begroting. Tevens gaat het om niet meeneembare voorzieningen en staat deze voorziening alleen open indien er sprake is van een dienstbetrekking van minimaal 6 maanden.
Werknemer met een Structurele Functionele Beperking (SFB) kunnen een extra voorziening aanvragen.
Het gaat dan om voorzieningen die persoonsgebonden zijn en dus niet aan een bepaalde werkplek zijn gebonden. Het gaat hierbij om meeneembare voorzieningen en niet alleen om materialen, maar ook om diensten (bijvoorbeeld voorzieningen voor doven of aanpassingen van een auto).
Als de werknemer van baan verandert, zal hij de toegekende voorziening - indien praktisch gezien mogelijk is - in overleg met zijn oude en nieuwe werkgever kunnen meenemen. De persoonsgebonden voorzieningen moet de werknemer zelf aanvragen.
Twijfelt een werkgever of iemand het werk kan doen? Gedurende 3 maanden kan de werkgever de werknemer laten proefdraaien en kijken hoe het gaat. De werkgever betaalt geen salaris en de werknemer behoudt zijn uitkering.
De mogelijkheid voor proefplaatsing geldt voor mensen met een uitkering krachtens de ZW vangnet, WAO, WIA, Wajong en WW.
De proefplaatsing wordt aangevraagd bij het UWV. Belangrijk daarbij is dat de werkgever de intentie heeft om (bij gebleken geschiktheid) een baan aan te bieden met minimaal een halfjaar contract en dat voor hetzelfde aantal uren als waarvoor de proeftijd wordt aangevraagd.
De betrokken werknemer dient niet eerder een proefplaatsing bij dezelfde werkgever te hebben gehad en de werkgever is verplicht een aansprakelijkheidsverzekering en een ongevallenverzekering te sluiten.